U bent hier

btw

Regelmatig wijzigt de wetgeving ivm de belasting op de toegevoegde waarde (btw). Hier kan u een aantal artikelen hierover vinden. Alle informatie op deze pagina is louter informatief en onderhevig aan wijzigingen. Indien u extra informatie wenst over 1 van de artikelen, neem dan gerust contact op met ons kantoor.

datum_pub: 21/03/2013

Voorheen waren de oorzaken van opeisbaarheid van de btw:

  • Het opmaken van een factuur
  • Het ontvangen van de prijs of een deel ervan
  • Het vragen van een voorschot

Vanaf 2013 geldt als algemene regel:

De btw kan niet meer opeisbaar worden vooraleer het belastbare feit  (levering van goederen of verrichten van een dienst) zich heeft voorgedaan. Het belastbare feit doet zich voor op het tijdstip dat de handeling (levering of dienst) wordt verricht of op het tijdstip van de betaling.

Hieruit volgt dat het opmaken van een factuur voordat de handeling wordt verricht of voordat de betaling wordt ontvangen, de btw niet meer opeisbaar maakt.

Gevolgen: 

  1. De afnemer (klant, medecontractant) kan de btw vermeld op een voorschotfactuur niet meer in aftrek brengen voordat de prijs betaald is of het belastbare feit (levering goederen of verrichting dienst) zich heeft voorgedaan.
  2.  Door artikel 51, § 1, 3° BTW wetboek, zal de leverancier de btw toch verschuldigd zijn zodra hij deze btw vermeld op een (voorschot-)factuur, zelfs indien de oorzaak van opeisbaarheid zich niet heeft voorgedaan. 

Praktisch:

  • Indien het noodzakelijk is om een voorschot te vragen: via een offerte of een ander document. Op dit document mag de btw niet vermeld worden, noch de reden waarom geen btw aangerekend wordt.
  • Bij ontvangst van de betaling: de voorschotfactuur opmaken op basis van het ontvangen bedrag. Dit bedrag is een bedrag btw inclusief.
  • Het bedrag van het voorschot (BTW exclusiefof inclusief) kan verrekend worden bij de uiteindelijke factuur nadat het belastbare feit zich heeft voorgedaan.

Uitzonderingen: 

  • Bij intracommunautaire leveringen/verwervingen wordt de btw opeisbaar bij uitreiking van de factuur of ten laatste op de 15de van de volgende maand. De verplichting om een factuur op te stellen vóór de intracommunautaire levering en bij ontvangst van de prijs of een deel ervan, vervalt
  • Verkoop aan particulieren waarvoor men niet verplicht is een factuur uit te reiken: de btw  wordt verschuldigd naarmate van de incassering van de prijs (zelfs indien factuur uitgereikt)

Opmerkingen: 

  • er is een overgangsregeling voorzien tot 31/12/2013. Aangeraden is om zo vlug mogelijk het nieuwe systeem toe te passen
  • er zijn ook bijzondere regels voor doorlopende leveringen of diensten.
datum_pub: 21/03/2013

Elektronische facturen

  • Versoepeling van de voorwaarden

  • Toegestaan vermits aanvaarding door de afnemer

  • Kan uitgereikt en ontvangen worden in om het even welke elektronische vorm (bijlage e-mail, pdf, word-bestand en dgl.).

  • Mag elektronisch bewaard worden of op papier

  • Belangrijk: de authenticiteit van herkomst, de integriteit van de inhoud en de leesbaarheid van de factuur moeten gewaarborgd blijven gedurende de ganse bewaringstermijn (7 jaar). Ook moet aangetoond dat de factuur overeenstemt met een werkelijke levering of dienstverrichting. Om de authenticiteit van herkomst te waarborgen is het belangrijk dat de naam, adres en andere noodzakelijke gegevens van de leverancier of de dienstverrichter op de elektronische factuur vermeld zijn.

Opstelling facturen

  1. De opstelling van de facturen dient te gebeuren volgens de regels van toepassing in de lidstaat waar de levering van het goed of de dienstverrichting geacht wordt te zijn verricht. Uitzonderingen:
    • de leverancier/dienstverrichter is gevestigd in een andere lidstaat dan deze waar de levering of de dienst plaats vindt en de ontvanger van de levering of dienst is gehouden de btw te voldoen: land van de leverancier/dienstverrichter
    • levering of dienst buiten EU: land van de leverancier of dienstverrichter
  2. Verplichtte vermeldingen op de factuur:
    • de datum waarop het belastbare feit heeft plaats gevonden. (is de datum van de levering of de dienstverrichting) of de datum van ontvangst van de prijs of een deel ervan, indien deze verschilt van de datum van de factuur

    • het totaal bedrag van de btw uitgedrukt in de nationale munteenheid die bepalend is voor de toe te passen regels betreffende uitreiking van de facturen

    • de vermelding “btw verlegd” indien de belasting verschuldigd is door de medecontractant (o.a. werk in onroerende staat, KB 1 art. 20)

    • de vermelding “factuur uitgereikt door de afnemer” in geval van self-billing (zie verder)

    • de vermelding van de bepaling op grond waarvan de handeling vrijgesteld is van btw (bv art 39bis bij intracommunautaire leveringen).

    • de vermelding “bijzondere regeling reisbureaus”, “bijzondere regeling gebruikte voorwerpen”, bijzondere regeling kunstvoorwerpen”, “bijzondere regeling voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten” indien één van deze regelingen van toepassing is.

Uitreiking facturen

  • Uiterlijk de 15de van de maand volgend op de opeisbaarheid van de btw (levering/einddatum dienstverrichting/betaling van de prijs)
  • Self-billing is toegelaten. Self-billing houdt in dat de afnemer de factuur zelf opmaakt. Dit kan op voorwaarde dat er een voorafgaand akkoord is en dat iedere factuur het voorwerp van een procedure van aanvaarding uitmaakt (kan stilzwijgend bv door betaling).

Diversen

  1. Verhuur van een voermiddel, op lange termijn (is + 1 maand) door een belastingplichtige aan een niet-belastingplichtige vindt plaats in de lidstaat waar de niet-belastingplichtige gevestigd is, uitgezonderd pleziervaartuigen.
  2. Vereenvoudigde facturen mogen uitgereikt worden voor:
    • Bedrag exclusief btw kleiner dan 100 euro

    • indien de naleving van alle bedoelde verplichtingen bemoeilijkt wordt in een bepaalde bedrijfssector. Dit wordt bepaald door de minister van Financiën.

    • indien het een verbeterd stuk betreft dat specifiek en ondubbelzinnig naar de oorspronkelijke factuur verwijst

  3. de verplichting om een kasticket of ontvangstbewijs uit te reiken in de horecasector.

datum_pub: 21/03/2013

 

Vanaf 01/01/2011 moest de btw-aftrek voor gemengd gebruik van bedrijfsmiddelen onmiddellijk worden beperkt ten belope van het werkelijke beroepsgebruik. Omdat de administratieve toelichting hieromtrent veel kritiek kreeg, werd ze opgeschort. De aangepaste regeling dient vanaf 01/01/2013 toegepast te worden.

De nieuwe regeling is van toepassing op de bedrijfsmiddelen en de eraan verbonden kosten die  gemengd gebruikt worden.

Dit is vooral de personenauto’s maar ook telefoon, mobilofoon, internet en alles wat in een bedrijf voor andere activiteiten dan de beroepsactiviteit gebruikt, zelfs in zeer minieme mate.

Vervoermiddelen

Algemeen:

  • Lichte vrachtwagens, vrachtwagens, motorfietsen, en dgl. waarvoor voorheen de aftrekbeperking van 50 % niet van toepassing was: hiervoor dient het reële beroepsgebruik vastgesteld te worden. Dit is ook van toepassing voor machines, installaties, materieel en dgl. die toevallig voor andere doeleinden (meestal privé) gebruikt worden.
  • Het privégebruik t.o.v. het beroepsgebruik dient gestaafd door bewijskrachtige gegevens. Dit houdt in dat in de loop van een kalenderjaar eerst een raming dient te gebeuren en het jaar nadien een herziening op basis van het werkelijk gebruik. De administratie heeft 2 methoden voorzien om het beroepsgebruik te bepalen.
  • Omdat de vaststelling van het aftrekbaar percentage de nodige moeilijkheden zal meebrengen, heeft de administratie voorzien in een forfaitaire methode maar deze mag enkel toegepast worden indien 4 voertuigen of meer in gebruik zij
  • Woon-werkverkeer wordt beschouwd als privégebruik
  • Tijdens de vijfjaarlijkse herzieningstermijn dient ook de aftrek op de aankoop herzien te worden.

Methode 1:

Er dient een rittenadministratie bijgehouden te worden. Dit veronderstelt het bijhouden van volgende gegevens voor de dagelijkse verplaatsingen: datum, beginadres, eindadres, afgelegde kilometers per rit, totaal kilometers per dag. Ook de kilometerstand op het begin en einde van een periode (gewoonlijk kalenderjaar) dient bijgehouden te worden. Dit dient te gebeuren per vervoermiddel. Voor de voertuigen waarvoor  voorheen de toepassing van de 50 % niet van toepassing was,  mag deze methode niet gebruikt worden Het beroepsmatig gebruik moet dan vast -gesteld worden op basis van de feitelijke omstandigheden.

Methode 2:

Indien men de rittenadministratie niet wil of kan bijhouden mag het beroepsgebruik vereenvoudigd vastgesteld worden:

% privé = afstand woon-werk x 2 x 200 + 6.000 x 100
                              Totale afstand

  • 200 = aantal forfaitair gewerkte dagen per kalenderjaar
  • 6000 = forfaitair bepaald privégebruik per jaar
  • % beroeps= 100 % - % privé

Ook bij deze methode dient het beroepsgebruik per vervoermiddel vast gesteld te worden. Deze methode is ook niet van toepassing op bepaalde voertuigen (ctr. methode 1).

Methode 3:

Deze methode kan enkel toegepast worden indien men over 4 vervoermiddelen beschikt. Bedoeld zijn de voertuigen die vroeger onder de 50 % vielen.

Men mag voor alle voertuigen een beroepspercentage van 35 % nemen. Deze methode kan niet gecompenseerd worden met methode 1 of 2 Men dient deze methode toe te passen tot 31 december van het derde jaar dat volgt op het jaar waarin ze voor het eerst toegepast werd. Bv: beginnend in 2013, eindigend eind december 2016.

Opmerkingen:

  • het vastgestelde beroepspercentage dient toegepast op alle kosten onderhevig aan btw
  • men mag een globaal gemiddeld aftrekpercentage gebruiken indien het beroepsgebruik op basis van methode 1 of 2 vast gesteld is
  • er dient ook rekening gehouden met de maximum aftrek van 50 % indien het beroepsgebruik hoger zou zijn.

 

Andere roerende goederen

Voor alle andere roerende goederen die gemengd gebruikt worden, wordt het beroepsmatig deel forfaitair vast gesteld op 75 %.

Wil men hiervan afwijken, dan moet men het werkelijk beroepsgebruik bewijzen.

Built by VanessaV